Anatomie en werking van het oor

  • 01. Het uitwendige oor

    De trillingen die worden doorgestuurd door het uitwendige oor brengen het trommelvlies en de gehoorbeentjes in beweging. De trommelholte die de gehoorbeentjes bevat, de gehoorbeentjes zelf en het trommelvlies dat deze holte afsluit, vormen het middenoor. Er zijn drie gehoorbeentjes: de hamer, die in contact komt met het trommelvlies, stuurt via het aambeeld de trillingen door naar de stijgbeugel.

    De buis van Eustachius verbindt het middenoor met de neus. Via een openings- en sluitingssysteem zorgt ze ervoor dat het middenoor geventileerd wordt. Het openingsmechanisme is actief en wordt ingeschakeld tijdens het slikken of geeuwen. Hiervoor zorgen de spieren op het kraakbeengedeelte van de buis van Eustachius. Het sluitingsmechanisme is een passief verschijnsel en treedt in werking als de spieren verslappen.

    De ventilatie via de buis van Eustachius zorgt voor een evenwichtige druk tussen het middenoor en onze omgeving. Deze functie is heel belangrijk omdat ze over- of onderdruk op het trommelvlies, en dus de breuk ervan, vermijdt.

  • 02. Het middenoor

    Het middenoor zorgt voor de versterking van het geluid zodat het vervolgens kan worden doorgestuurd naar het binnenoor. Deze versterking wordt gecreëerd omdat het geluid van het buitengedeelte van het middenoor naar het vloeibare gedeelte van het binnenoor gaat.

    Zonder deze versterking door het trommelvlies en de gehoorbeentjes zouden wij pas geluid horen vanaf een geluidssterkte van 60 dB, die overeenstemt met een normaal gesprek. Elk geluid met een lagere geluidssterkte, bijvoorbeeld gefluister aan 20dB, zou onhoorbaar zijn. Omgekeerd bestaat er ook een verschijnsel dat het binnenoor beschermt tegen te sterke geluiden: de stapediusreflex. Deze reflex beperkt de geluidsenergie die naar het binnenoor wordt gestuurd door samentrekking van de stapediusspier. Hij wordt geactiveerd door hoge tonen, gemiddeld vanaf 85dB boven de gehoordrempel, met een latentie van 10 msec.

    De reflex verzacht vooral de langdurige lage tonen van minder dan 2000 Hz maar is weinig efficiënt voor de hoge tonen en de overgangstonen. Van nature heeft het oor dus weinig verweer tegen de hogefrequentietonen (>4000 Hz) en deze zwakte ligt aan de oorsprong van heel wat gevallen van beroepsdoofheid als gevolg van geluidsletsels.

  • 03. Het binnenoor

    Een laatste deel van ons oor is het binnenoor. Dat is samengesteld uit twee delen met elk een specifieke taak: de voorhof die zorgt voor het evenwicht en het slakkenhuis dat een gehoorfunctie heeft.

    Het slakkenhuis kan worden vergeleken met een piano die verschillende groepen cellen bevat – de ‘toetsen’ van de piano – die elk instaan voor de transmissie van een andere geluidsfrequentie. Deze cellen functioneren als een transducent: ze zetten de mechanische energie van de trillingen die worden ontwikkeld door het middenoor om in elektrische energie. Deze energie wordt doorgestuurd naar een reeks zenuwvezels – de ‘snaren’ van de piano- die ze op hun beurt transporteren naar de hersenstam en uiteindelijk naar de hersenen. Dankzij dit complexe gehoorsysteem horen we geluiden tussen 20 en 20.000Hz.

    Tekst opgesteld in samenwerking met
    dokter Valérie Wiener – KNO in Brussel

Schema

1. Oorschelp
2. Uitwendige gehoorgang
3. Trommelvlies
4. Hamer
5. Aambeeld
6. Stijgbeugel
7. Trommelholte
8. Buis van Eustachius
9. Slakkenhuis
10. Voorhof
11. Voorhofzenuw
12. Slakkenhuiszenuw
13. Rotsbeen
14. Cavun – neusholte
15. Hersenen
16. Mastoïde

ear_schema